![]() |
| WIE DOET HET LICHT UIT?
Het Vlaams Belang wordt soms afgeschilderd
als een poujadistische en populistische partij, kortom, een partij die
alleen maar inspeelt op het egoïsme en de laagste instincten van de kiezers.
Dat die voorstelling van slechte wil getuigt, blijkt duidelijk uit de
standpunten van het Vlaams Belang inzake defensie. Het Vlaams Belang heeft, als enige partij,
al herhaaldelijk gepleit voor een hoger defensiebudget. Niet direct electoraal
lonend, niet direct populair. Maar wel realistisch en verantwoordelijk.
De poujadisten en de populisten zitten in dit dossier dus duidelijk elders.
Het zijn de onverantwoordelijke utopisten die geloven dat er zoiets bestaat
als eeuwige vrede en dat een leger in de éénentwintigste eeuw zonder moderne
en performante wapens zal kunnen ... Van de Groenen en de socialisten
hadden we zo'n idiotie verwacht. Van de liberalen niet. Verwaarloosd leger De militairen zitten op hun tandvlees.
Vele eenheden zijn alleen nog op papier inzetbaar. In Het Nieuwsblad van
13 februari 2006 : " We leven
in dit welvarende deel van de wereld niet in oorlog. Gelukkig maar, want
het zou ons slecht bekomen. Want ons leger is minder dan ooit opgewassen
op om het even welk conflict.(...) De slotsom is onverbiddelijk : land-,
lucht- en vooral zeemacht beschikken niet over de nodige middelen om hun
materieel operationeel te houden. Het gaat bovendien om sterk verouderde
systemen. Er is veel ophef over de nieuwe potsierlijke operette-uniformen
waarmee minister Flahaut de erewacht voor buitenlandse bezoekers op Melsbroek
uitrust. Maar nog veel zwaarwichtiger is de conclusie dat het leger in
zijn geheel stilstaat." Enerzijds wordt met geld gesmeten om
overbodige Waalse generaals te benoemen, maar anderzijds wordt er zo beknibbeld
op werkingskosten en modernisering van het materieel, dat het leger een
tandenloze tijger geworden is. Zelfs Egypte heeft modernere tanks dan
België. Pas in 1995 kregen de Belgische F16's het beschermingssysteem
Carapace, en pas in 1996 werden stoorzenders voor elektronische zelfverdediging
aangekocht. Tot dan waren onze vliegtuigen weerloze schietschijven. In
maart 1999 konden de Belgische F16's boven Kosovo en Servië alleen escortetaken
uitvoeren omdat zij nog niet gemoderniseerd waren in het kader van de
Mid Life Update (MLU). Pas in april kon België enkele F16's met MLU inzetten.
Een gemiddeld Europees land besteedt
jaarlijks 18 000 euro per militair. België slechts 5700 euro. In De Morgen
van 15 oktober 2003 deed de militaire expert en historicus Luc De Vos
enkele alarmerende uitspraken over de gevolgen daarvan voor de strijdkrachten:
"Ons land heeft de voorbije vijftien
jaar amper geïnvesteerd in materieel voor het leger, terwijl de ons omringende
landen wel budgetten hebben vrijgemaakt. (...) We mogen gerust zeggen
dat een deel van het materiaal ronduit gevaarlijk is voor de mensen die
er mee werken. Het meest schrijnende voorbeeld zijn de Seakings aan de
kust. Die zijn gewoon tot op de draad versleten, vliegende doodskisten.
De krijgsmacht heeft er vijf, maar als er dagelijks één of twee operationeel
zijn, is dat al een succes. De andere worden dan gerepareerd, want er
scheelt voortdurend iets aan." Voor
gewone eenheden kan zo'n situatie in oorlogstijd tot verschrikkelijke
catastrofes leiden, maar de Seakings zijn er niet alleen voor conflictsituaties.
Zij worden ook in vredestijd geregeld ingezet voor reddingsacties op zee
en soms zelfs voor het vervoer van donororganen. Hier leiden de bezuinigingen
ook in vredestijd tot een levensgevaarlijke situatie. In 2000 had de regering Verhofstadt zich
ertoe verbonden een referentiebudget van 2.479 miljoen euro te voorzien
en het naderhand te verhogen met een bedrag dat overeenkomt met 0,5% boven
de normale indexering. Verhofstadt
II beloofde in zijn regeringsverklaring wel dat de investeringen zouden
worden opgetrokken tot het Europese gemiddelde. Dit werden de zoveelste
loze beloften. Het Defensiebudget werd niet alleen niet meer geïndexeerd,
wat al op een feitelijke inkrimping neerkomt, het werd nog aan belangrijke besparingen onderworpen (3 à 4%
voor 2006). Onze defensiespecialist Van alle NAVO-landen die over een leger
beschikken, besteedt België het kleinste percentage van haar defensie-uitgaven
(6,4%) aan de modernisatie van het militaire materieel. Het leeuwenaandeel
van de uitgaven gaat naar de personeelskosten (75,1% in 2005, tegen 74,6%
in 2004 en 68,7% in 2001). In de laatste vier jaar bedroegen de Belgische defensie-uitgaven amper 1,3% van
het BBP, tegen gemiddeld 3,2% in de jaren 1980-1984. De cijfers - zowel
deze van de NAVO als van het Zweedse vredesinstituut SIPRI - illustreren
overduidelijk dat ons land qua investeringen in een diep dal is terechtgekomen.
Welk criterium men ook hanteert, ons land bengelt in de staart van het
NAVO-peloton qua militaire inspanning. Hoe waanzinnig dat allemaal is, en hoe
weinig ernstig de traditionele partijen omgaan met militaire problemen,
kan misschien blijken uit één kleine anekdote : terwijl de strijdkrachten
worstelen met de verschrikkelijkste crisis uit hun bestaan, werden er
in de Kamer hoorzittingen gehouden over... het al dan niet afschaffen
van enkele muziekkapellen. Het geld ontbreekt voor de investeringen, het
materieel is verouderd, er is een schreeuwend tekort aan jonge rekruten,
de gemiddelde leeftijd van de militairen ligt veel te hoog, er worden
voortdurend kazernes gesloten, de taalverhoudingen zijn een regelrechte
schande... Maar het parlement buigt zich in alle ernst over het prangende
probleem van de muziekkapellen. Het is helaas tekenend voor het niveau
van de huidige politiek. De verwaarlozing van het leger blijkt
niet alleen uit het gebrek aan investeringen, werkingstoelagen en nieuwe
uitrusting. Ook de lonen van de militairen getuigen van die stiefmoederlijke
behandeling. Het brutoloon van een militair lag in 2000 op jaarbasis 2.500
tot 5.000 euro lager dan bij de federale politie. Alle vergoedingen in
de berekening meegenomen, het verschil kan, voor de laagste rangen zelfs
oplopen van 250 tot 750 euro per maand. Voor een minister is dat misschien
een peulschil, maar voor een korporaal is dat een aanzienlijk bedrag.
Sindsdien zijn die verhoudingen gedeeltelijk afgevlakt, met het invoeren
van een ingewikkeld systeem van vergoedingen en toelagen. Dat systeem
biedt weliswaar gedeeltelijk soelaas tijdens de actieve loopbaan, maar
laat het probleem van de pensioenen onopgelost. En met lonen die veel
lager blijven dan bij de federale politie, is het logisch dat het leger
onvoldoende beroepsvrijwilligers aantrekt. Het rekruteringsprobleem is
een onvermijdelijk gevolg van deze lage
lonen. Alleen op één terrein kampen de strijdkrachten niet met
een tekort: er zijn zeker genoeg generaals en admiraals. Uit een parlementaire
vraag van kamerlid Sevenhans op 20 december 2005 blijkt dat het Belgisch
leger niet minder dan 31 generaals en admiraals telt, voor een getalsterkte
van 41.050 militairen. Waalse dominantie In zijn halfernstige, halfironische boek "De charme van chaos" beschrijft
Dirk Draulans een staatsgreep waarbij Waalse legereenheden de macht grijpen
in België. Zij kunnen zonder slag of stoot Limburg en Brussel bezetten.
Eén van de oorzaken van hun snelle overwinning is het feit dat bijna alle
gevechtseenheden Waals zijn. Men denkt onmiddellijk terug aan dat grimmige
boek van Draulans als men de nieuwe bezuinigingsplannen van PS-minister
Flahaut onder ogen krijgt. Daarbij gaan acht bases of kazernes in Vlaanderen
sneuvelen. Bij de vorige besparingsronde in 2000 waren bij verhuizingen
en sluitingen van kazernes al 8 300 banen verloren gegaan in Vlaanderen
en
Flahauts vreemdelingenlegioen.
Nog waanzinniger is Flahauts plan om
vreemdelingen in het leger aan te werven. Het is niet duidelijk welke
soort vreemdelingen hij bedoelde. Burgers uit landen van de Europese Unie?
Immigranten die in België wonen maar zich niet willen laten naturaliseren?
Dit bizarre voorstel is om te beginnen flagrant in strijd met de Belgische
grondwet. In iedere normale staat is het vanzelfsprekend
dat de gewapende macht stevig in handen blijft van de eigen landgenoten.
Zo'n vreemdelingenlegioen is een gevaar voor de democratie. Wie zou dwaas
genoeg zijn om zijn veiligheid toe te vertrouwen aan gewapende buitenlanders?
Wij zijn eeuwenlang bezet geweest. Wij hebben eeuwenlang naar de pijpen
moeten dansen van buitenlandse soldeniers, van de huurlingen van Alva
tot de Franse sansculotten. Wij willen niet nog eens in hetzelfde schuitje
terechtkomen. Wij willen onze veiligheid niet in handen leggen van Marokkaanse,
Turkse, Afrikaanse, Albanese of Oekraïense huurlingen. De aanwerving van
buitenlanders als soldaten is een teken van decadentie. Als een natie
haar eigen burgers niet kan motiveren om hun eigen vaderland te verdedigen,
dan is er "something rotten". De ondergang van het Romeinse
Rijk is onder andere veroorzaakt doordat de legioenen van Romeinse "burgersoldaten"
die moedig en toegewijd voor hun vaderstad vochten, vervangen werden door
buitenlandse hulptroepen die hun diensten verkochten aan de meestbiedende...
Flahauts kruistocht tegen het
Vlaams Belang Ondertussen gaat de PS
- kruistocht tegen "extreemrechts"
ongestoord voort. Belgicistisch leger?
Maar op elke actie volgt een reactie:
steeds meer Vlaamse militairen keren zich naar het Vlaams Belang. De paracommando's hebben bij het Vlaams
Belang altijd trouwe verdedigers gevonden. Dat bleek duidelijk tijdens
de Rwanda-commissie, toen politici de schuld voor hun eigen blunders op
enkele officieren van de Brigade Paracommando probeerden af te wentelen.
Senator Ook zijn collega Zelfs Vlaamse officieren die vroeger
zich eerder belgicistisch opstelden, stellen nu steeds vaker vast dat
zij in parlementairen als Peperdure bezuinigingen Als minister van Defensie zou Flahaut
zijn Departement met hand en tand moeten verdedigen tegen nieuwe inkrimpingen
van het budget. Maar als PS-er en als lid van de regeringen Verhofstadt
I en II moet hij slaafs meewerken aan de geprogrammeerde afbouw van de
strijdkrachten. En als er toch nieuwe uitgaven of investeringen
worden gedaan, dan is dat onveranderlijk in het belang van de Waalse werkgelegenheid.
Zelden in het belang van de strijdkrachten an sich. Men investeert niet
in de projecten die het hardst nodig zijn ; men investeert in projecten
die het meest opbrengen voor Wallonië, zelfs als die militair gezien nutteloos
of toch minstens niet prioritair zijn. Denk maar aan de totaal nutteloze
modernisatie van de 155mm-houwitsers van de Artillerie. Kostprijs : 43
miljoen euro. Nut voor het leger : nihil, de gemoderniseerde stukken werden onmiddellijk
- maar tevergeefs - te koop aangeboden. Nut voor de Waalse industrie :
enorm, zonder dit contract ging de firma EMI (Aubange) onmiddellijk failliet. Vrijwel alle Europese landen, en zeker
de kleinere, zouden hun defensiebudgetten efficiënter kunnen gebruiken
als zij afspraken maakten over taakverdeling, samenwerking en specialisatie.
Niet ieder leger moet àlles hebben. Tussen de Belgische en de Nederlandse
marine zou bijvoorbeeld een logische taakverdeling kunnen zijn dat de
Nederlanders zich toeleggen op onderzeebootbestrijding, terwijl wij ons
specialiseren in mijnenvegen en mijnenjagen. Beide marines zouden zich
zo kunnen toeleggen op die opdrachten waarin zij het meeste ervaring hebben.
Maar de Belgische bezuinigingen druisen
volledig tegen deze logica in. In 2000 besliste de regering-Verhofstadt
I namelijk tot het schrappen van twee projecten voor de marine: de ontwikkeling
van een nieuw mijnenveegsysteem en de bouw van kustmijnenvegers. Ook die
operatie had een anti-Vlaamse dimensie: het contract bij het Antwerpse
Scheepvaart- en Konstruktiebedrijf (SKB) was in 1994 nochtans toegezegd
als Vlaamse compensatie voor de modernisering van de F16's, die vooral
ten gunste was van bedrijven in Wallonië en Brussel. Onder het mom van
pacifisme en bezuinigingen probeert de Belgische regering dus de Vlamingen
een loer te draaien door hun reeds toegezegde compensaties te schrappen.
Geen wonder dat het Vlaams Belang woedend was. Vooral Het klinkt ongelooflijk, maar in België
gebeurt het echt. Zelfs bezuinigingen kosten handenvol geld. De Morgen,
die toch niet als de spreekbuis van de defensielobby beschouwd kan worden,
schreef hierover op 22 november 2002: "Hoe een besparing peperduur kan uitvallen." Toen het contract voor de mijnenvegers geschrapt
werd, waren drie van de vier fazen van het programma al uitgevoerd: de
ontwikkeling van een prototype mijnenveegsysteem, de aankoop van meetapparatuur
en de bouw van een proefplatform op een bestaand schip om deze nieuwe
systemen te testen. Alleen de mijnenvegers zelf moesten nog gebouwd worden.
Op papier leek dat dus een indrukwekkende bezuiniging, maar, zoals heel
het paarse project, was dat slechts schone schijn. Er was reeds voor 28
miljoen euro geïnvesteerd ; bijna allemaal weggegooid geld. Het contract
voor de schepen zelf was ook al ondertekend, en de Belgische staat moet
dus een flinke schadevergoeding betalen aan SKB. Momenteel wordt een bedrag
van 37 miljoen euro genoemd. Verhofstadt vestigt een nieuw record: zelfs
als hij bezuinigt, smijt hij nog fortuinen over de balk. Het Rekenhof
stelde kort en kurkdroog vast dat "uit
de aan het Rekenhof voorgelegde documenten niet blijkt dat aan de beslissing
tot stopzetting van het project een kosten-batenanalyse is voorafgegaan."
Een commentaar dat in al zijn beknoptheid vernietigend is. Vliegtuigen en compensaties
Bij de vervanging van de oude C130's door de Airbus
A400 zat er ook een communautair addertje onder het gras. Het Belgisch
leger heeft de aanschaf gepland van zeven cargovliegtuigen A400M, voor
een totaalbedrag van 1,3 miljard euro. Als economische compensaties mag
België voor hetzelfde bedrag onderdelen leveren. Maar wat blijkt nu ?
Niet minder dan 95% van de contracten zijn al toegewezen en het leeuwenaandeel
ervan gaat naar Wallonië. De Vlaamse industrie moet zich tevreden stellen
met een mager 28% van dit werkvolume.
Straffer nog : onlangs hebben twee Vlaamse firma's hun belangstelling
geuit voor de toekenning van (een deel) van de overige 5%. Ze kregen geen
gehoor bij premier Verhofstadt (VLD) en de ministers Verwilghen (VLD)
en Van den Bossche (SPa), noch - maar dat zal ons minder verbazen - bij
Flahaut (PS) en de Waalse minister van Economie (PS). En dan komt het
(De Tijd - 25 januari 2006) : "“Er wordt met een beschuldigende vinger
gewezen naar de federale minister van Defensie André Flahaut (PS). Hij
moet dossiers van geïnteresseerde bedrijven officieel aan Airbus bezorgen
en zou dat met enkele Vlaamse dossiers niet hebben gedaan.” Oeps,
vergeten…. Minister Flahaut kreeg dan ook de volle
laag van "Wie de vrede wil..."
Binnen de Vlaamse beweging zijn er nog
altijd te veel mensen die in het naïeve pacifisme van de jaren '20 blijven
geloven, en die vinden dat iedere frank voor het leger er één te veel
is. Dat is nooit ons standpunt geweest. Wij hebben altijd scherpe kritiek gehad
op de communautaire wantoestanden bij de strijdkrachten, op het onrechtvaardige
en anti-Vlaamse beleid inzake benoemingen, bevorderingen, compensaties
en sluitingen van kazernes. Maar anderzijds hebben wij de militairen altijd
verdedigd als zij het slachtoffer werden van kortzichtige en destructieve
bezuinigingen, waarbij operationaliteit en veiligheid op lange termijn
werd opgeofferd om besparingen op korte termijn te verwezenlijken. Bij
de militairen, van de soldaten tot en met de hogere officieren, is daardoor
veel sympathie voor het Vlaams Belang gegroeid. Zoals alle met rede begaafde mensen zijn
wij voor de vrede. Wij zijn geen militaristen. Maar wij zijn ook niet
naïef. Wij geloven niet in utopieën. De wereld is geen vredig dorp. Het
is een jungle waarin helaas alleen het recht van de sterkste geldt. Zonder
goed gemotiveerde en modern bewapende strijdkrachten kan geen enkel land
zijn vrijheid, zijn welvaart of zijn onafhankelijkheid behouden. Een Hongaars
spreekwoord drukt dat heel juist en heel bondig uit: "Ieder land moet een leger onderhouden. Het zijne of dat van een
ander.". Een Perzisch
spreekwoord zegt eveneens : "Heb
vertrouwen in God, maar leg je kameel toch vast." Dit zijn slechts varianten van het oude Romeinse spreekwoord: "Si vis pacem, para bellum".
(Wie de vrede wil, moet de oorlog voorbereiden)"
|
||