WIE DOET HET LICHT UIT?


Populistisch?

Het Vlaams Belang wordt soms afgeschilderd als een poujadistische en populistische partij, kortom, een partij die alleen maar inspeelt op het egoïsme en de laagste instincten van de kiezers. Dat die voorstelling van slechte wil getuigt, blijkt duidelijk uit de standpunten van het Vlaams Belang inzake defensie.

Onder druk van de socialisten en de Groenen proberen de andere partijen elkaar al jaren te overtroeven met een opbod aan bezuinigingen: minder soldaten, minder para's, minder voertuigen, geen tanks meer (!), geen verkenningsvoertuigen, geen luchtafweersysteem,  geen nieuwe gevechtsvliegtuigen, geen nieuwe mijnenvegers ... In vredestijd kunnen politici zich natuurlijk altijd populair maken door te bezuinigen op defensie. Alleen worden die bezuinigingen in oorlogstijd met bloed afbetaald.

Het Vlaams Belang heeft, als enige partij, al herhaaldelijk gepleit voor een hoger defensiebudget. Niet direct electoraal lonend, niet direct populair. Maar wel realistisch en verantwoordelijk. De poujadisten en de populisten zitten in dit dossier dus duidelijk elders. Het zijn de onverantwoordelijke utopisten die geloven dat er zoiets bestaat als eeuwige vrede en dat een leger in de éénentwintigste eeuw zonder moderne en performante wapens zal kunnen ... Van de Groenen en de socialisten hadden we zo'n idiotie verwacht. Van de liberalen niet.

Verwaarloosd leger

De militairen zitten op hun tandvlees. Vele eenheden zijn alleen nog op papier inzetbaar. In Het Nieuwsblad van 13 februari 2006 : " We leven in dit welvarende deel van de wereld niet in oorlog. Gelukkig maar, want het zou ons slecht bekomen. Want ons leger is minder dan ooit opgewassen op om het even welk conflict.(...) De slotsom is onverbiddelijk : land-, lucht- en vooral zeemacht beschikken niet over de nodige middelen om hun materieel operationeel te houden. Het gaat bovendien om sterk verouderde systemen. Er is veel ophef over de nieuwe potsierlijke operette-uniformen waarmee minister Flahaut de erewacht voor buitenlandse bezoekers op Melsbroek uitrust. Maar nog veel zwaarwichtiger is de conclusie dat het leger in zijn geheel stilstaat."

Enerzijds wordt met geld gesmeten om overbodige Waalse generaals te benoemen, maar anderzijds wordt er zo beknibbeld op werkingskosten en modernisering van het materieel, dat het leger een tandenloze tijger geworden is. Zelfs Egypte heeft modernere tanks dan België. Pas in 1995 kregen de Belgische F16's het beschermingssysteem Carapace, en pas in 1996 werden stoorzenders voor elektronische zelfverdediging aangekocht. Tot dan waren onze vliegtuigen weerloze schietschijven. In maart 1999 konden de Belgische F16's boven Kosovo en Servië alleen escortetaken uitvoeren omdat zij nog niet gemoderniseerd waren in het kader van de Mid Life Update (MLU). Pas in april kon België enkele F16's met MLU inzetten.

Een gemiddeld Europees land besteedt jaarlijks 18 000 euro per militair. België slechts 5700 euro. In De Morgen van 15 oktober 2003 deed de militaire expert en historicus Luc De Vos enkele alarmerende uitspraken over de gevolgen daarvan voor de strijdkrachten: "Ons land heeft de voorbije vijftien jaar amper geïnvesteerd in materieel voor het leger, terwijl de ons omringende landen wel budgetten hebben vrijgemaakt. (...) We mogen gerust zeggen dat een deel van het materiaal ronduit gevaarlijk is voor de mensen die er mee werken. Het meest schrijnende voorbeeld zijn de Seakings aan de kust. Die zijn gewoon tot op de draad versleten, vliegende doodskisten. De krijgsmacht heeft er vijf, maar als er dagelijks één of twee operationeel zijn, is dat al een succes. De andere worden dan gerepareerd, want er scheelt voortdurend iets aan."  Voor gewone eenheden kan zo'n situatie in oorlogstijd tot verschrikkelijke catastrofes leiden, maar de Seakings zijn er niet alleen voor conflictsituaties. Zij worden ook in vredestijd geregeld ingezet voor reddingsacties op zee en soms zelfs voor het vervoer van donororganen. Hier leiden de bezuinigingen ook in vredestijd tot een levensgevaarlijke situatie.

In 2000 had de regering Verhofstadt zich ertoe verbonden een referentiebudget van 2.479 miljoen euro te voorzien en het naderhand te verhogen met een bedrag dat overeenkomt met 0,5% boven de normale indexering.  Verhofstadt II beloofde in zijn regeringsverklaring wel dat de investeringen zouden worden opgetrokken tot het Europese gemiddelde. Dit werden de zoveelste loze beloften. Het Defensiebudget werd niet alleen niet meer geïndexeerd, wat al op een feitelijke inkrimping neerkomt, het werd nog aan  belangrijke besparingen onderworpen (3 à 4% voor 2006).

Onze defensiespecialist Luc Sevenhans haalde in de Kamer vlijmscherp uit naar dit verrottingsbeleid: "Concreet gezien is er in de jaren 2004 en 2005 een negatieve marge. Dat wil zeggen dat zelfs de lopende facturen niet meer zullen kunnen worden betaald. Waar haalt Verhofstadt het ineens vandaan dat er zwaar moet worden geïnvesteerd zonder het budget te verhogen? Dat is pure waanzin."

Van alle NAVO-landen die over een leger beschikken, besteedt België het kleinste percentage van haar defensie-uitgaven (6,4%) aan de modernisatie van het militaire materieel. Het leeuwenaandeel van de uitgaven gaat naar de personeelskosten (75,1% in 2005, tegen 74,6% in 2004 en 68,7% in 2001). In de laatste vier jaar bedroegen de  Belgische defensie-uitgaven amper 1,3% van het BBP, tegen gemiddeld 3,2% in de jaren 1980-1984. De cijfers - zowel deze van de NAVO als van het Zweedse vredesinstituut SIPRI - illustreren overduidelijk dat ons land qua investeringen in een diep dal is terechtgekomen. Welk criterium men ook hanteert, ons land bengelt in de staart van het NAVO-peloton qua militaire inspanning.

Hoe waanzinnig dat allemaal is, en hoe weinig ernstig de traditionele partijen omgaan met militaire problemen, kan misschien blijken uit één kleine anekdote : terwijl de strijdkrachten worstelen met de verschrikkelijkste crisis uit hun bestaan, werden er in de Kamer hoorzittingen gehouden over... het al dan niet afschaffen van enkele muziekkapellen. Het geld ontbreekt voor de investeringen, het materieel is verouderd, er is een schreeuwend tekort aan jonge rekruten, de gemiddelde leeftijd van de militairen ligt veel te hoog, er worden voortdurend kazernes gesloten, de taalverhoudingen zijn een regelrechte schande... Maar het parlement buigt zich in alle ernst over het prangende probleem van de muziekkapellen. Het is helaas tekenend voor het niveau van de huidige politiek.

De verwaarlozing van het leger blijkt niet alleen uit het gebrek aan investeringen, werkingstoelagen en nieuwe uitrusting. Ook de lonen van de militairen getuigen van die stiefmoederlijke behandeling. Het brutoloon van een militair lag in 2000 op jaarbasis 2.500 tot 5.000 euro lager dan bij de federale politie. Alle vergoedingen in de berekening meegenomen, het verschil kan, voor de laagste rangen zelfs oplopen van 250 tot 750 euro per maand. Voor een minister is dat misschien een peulschil, maar voor een korporaal is dat een aanzienlijk bedrag. Sindsdien zijn die verhoudingen gedeeltelijk afgevlakt, met het invoeren van een ingewikkeld systeem van vergoedingen en toelagen. Dat systeem biedt weliswaar gedeeltelijk soelaas tijdens de actieve loopbaan, maar laat het probleem van de pensioenen onopgelost. En met lonen die veel lager blijven dan bij de federale politie, is het logisch dat het leger onvoldoende beroepsvrijwilligers aantrekt. Het rekruteringsprobleem is een onvermijdelijk gevolg van deze lage  lonen. Alleen op één terrein kampen de strijdkrachten niet met een tekort: er zijn zeker genoeg generaals en admiraals. Uit een parlementaire vraag van kamerlid Sevenhans op 20 december 2005 blijkt dat het Belgisch leger niet minder dan 31 generaals en admiraals telt, voor een getalsterkte van 41.050 militairen.  

Waalse dominantie

In zijn halfernstige, halfironische boek "De charme van chaos" beschrijft Dirk Draulans een staatsgreep waarbij Waalse legereenheden de macht grijpen in België. Zij kunnen zonder slag of stoot Limburg en Brussel bezetten. Eén van de oorzaken van hun snelle overwinning is het feit dat bijna alle gevechtseenheden Waals zijn. Men denkt onmiddellijk terug aan dat grimmige boek van Draulans als men de nieuwe bezuinigingsplannen van PS-minister Flahaut onder ogen krijgt. Daarbij gaan acht bases of kazernes in Vlaanderen sneuvelen. Bij de vorige besparingsronde in 2000 waren bij verhuizingen en sluitingen van kazernes al 8 300 banen verloren gegaan in Vlaanderen en 300 in Wallonië. De zoveelste flagrante communautaire scheeftrekking... Men moet daaruit niet onmiddellijk afleiden dat er plannen bestaan voor een Waalse militaire staatsgreep. Maar het is en blijft ongezond dat zoveel militaire macht eenzijdig geconcentreerd is in Wallonië. Geef mensen macht en zij zullen die misbruiken. En dat geldt zeker voor de stalinistische PS-ers die in het Waalse politieke en militaire establishment de plak zwaaien.

Maar volgens Flahaut is het Waalse overwicht nog niet sterk genoeg. Hij lanceerde in de vorige legislatuur als "denkpiste" zelfs de volledige afschaffing van de taalverhoudingen in het leger! Officieel zou die verhouding 60/40 moeten zijn in het voordeel van de Vlamingen. In de praktijk wordt die taalverhouding al jarenlang niet meer gerespecteerd. Uit een recent antwoord op een parlementaire vraag van kamerlid Sevenhans op 20 december 2005 blijkt dat nauwelijks 55% van de personeelsleden van Defensie op de Nederlandse taalrol stonden (21.307 militairen en 1261 burgers, op een totaal van 41.050 personeelsleden). De verhouding is dus 55/45 of een verlies van 2052 banen voor de Vlamingen Toen Flahauts plan hij in de commissie Defensie scherp bekritiseerd werd, onder andere door het Vlaams Belang en de CD&V, die de wijziging van de taalverhoudingen "onbespreekbaar" en "out of the question" noemden, reageerde hij koppig: "Restez où vous êtes, alors ! Out of the question ! Nous avancerons avec ceux qui veulent avancer."  Het lijkt erop dat de PS dat plan met alle geweld wil doordrukken ...

 

 

Flahauts vreemdelingenlegioen.

Nog waanzinniger is Flahauts plan om vreemdelingen in het leger aan te werven. Het is niet duidelijk welke soort vreemdelingen hij bedoelde. Burgers uit landen van de Europese Unie? Immigranten die in België wonen maar zich niet willen laten naturaliseren? Dit bizarre voorstel is om te beginnen flagrant in strijd met de Belgische grondwet.

Luc Sevenhans sprak in de Commissie Landsverdediging van 21 november 2000 schamper over een "vreemdelingenlegioen", en hij maakte de vergelijking met de huurlingenlegers van de despoten uit voorgaande eeuwen. In democratische staten is zo'n "vreemdelingenlegioen" een gevaarlijk anachronisme. Het schept een kloof tussen de strijdkrachten en de rest van de samenleving, het vergroot het gevaar voor een militaire staatsgreep en het verlaagt de drempel voor het gebruik van militair geweld tegen politieke tegenstanders. In de huidige Belgische context lijkt dat misschien onwaarschijnlijk. Maar voorzichtigheid is geboden. Korte tijd later riep Flahaut op tot een algemene mobilisatie tegen "extreem-rechts" en in een toespraak voor het Geheime Leger op 29 april 2002 verklaarde hij dat "geweld niet volstaat om extreemrechts een nederlaag toe te brengen".

In iedere normale staat is het vanzelfsprekend dat de gewapende macht stevig in handen blijft van de eigen landgenoten. Zo'n vreemdelingenlegioen is een gevaar voor de democratie. Wie zou dwaas genoeg zijn om zijn veiligheid toe te vertrouwen aan gewapende buitenlanders? Wij zijn eeuwenlang bezet geweest. Wij hebben eeuwenlang naar de pijpen moeten dansen van buitenlandse soldeniers, van de huurlingen van Alva tot de Franse sansculotten. Wij willen niet nog eens in hetzelfde schuitje terechtkomen. Wij willen onze veiligheid niet in handen leggen van Marokkaanse, Turkse, Afrikaanse, Albanese of Oekraïense huurlingen. De aanwerving van buitenlanders als soldaten is een teken van decadentie. Als een natie haar eigen burgers niet kan motiveren om hun eigen vaderland te verdedigen, dan is er "something rotten". De ondergang van het Romeinse Rijk is onder andere veroorzaakt doordat de legioenen van Romeinse "burgersoldaten" die moedig en toegewijd voor hun vaderstad vochten, vervangen werden door buitenlandse hulptroepen die hun diensten verkochten aan de meestbiedende...

Flahauts kruistocht tegen het Vlaams Belang

Ondertussen gaat de PS - kruistocht tegen  "extreemrechts" ongestoord voort.

 Het Nationaal Instituut voor Oorlogsinvaliden, oud-strijders en oorlogsslachtoffers (het NIOOO) werd in 1981 opgericht om zowel materiële als morele bijstand aan zijn gerechtigden te verlenen. Onder de voogdij van minister Flahaut werd het Nationaal instituut echter systematisch volgepropt met dogmatische socialistische creaturen en werd het meer en meer gebruikt (misbruikt ?) bij het bestrijden van het Vlaams Belang. Zo organiseert het Nationaal instituut regelmatig bezoeken in Breendonk voor schoolgaande kinderen, waar een parallel met het gedachtegoed van het nationaal-socialisme en dat van het Vlaams Belang wordt gelegd. En dit op kosten van de federale regering, dus van het miljoen kiezers van het Vlaams Belang !!

 Begin januari 2006 diende de VLD een wetsvoorstel in om militairen het recht op verkiesbaarheid te geven.  Onder druk van de PS werd dat recht echter gekoppeld aan de wet op de partijfinanciering, zodat in de praktijk zou uitgesloten zijn dat  militairen voor het Vlaams Belang zouden kunnen opkomen. Deze nieuwe anti-Vlaams Belang-wet komt op een regelrecht partijverbod neer. "Als wetten gaan bepalen dat burgers alleen voor bepaalde partijen mogen opkomen, geraken wij in een DDR-systeem" aldus Kamerfractievoorzitter Gerolf Annemans.

Belgicistisch leger?

In normale omstandigheden zou het leger met zo'n pro-Waalse benoemings- en rekruteringspolitiek een bastion van belgitude moeten zijn. Tot op zekere hoogte is dat ook zo. Dat bleek bijvoorbeeld uit de houding van luitenant-generaal Jean-Marie Jockin, vleugeladjudant van de koning en Vice Chief of Defence, die verbood de militaire groet te brengen "voor de volksliederen van de cultuurgemeenschappen." Het zal niemand verwonderen dat de hoogste autoriteiten van de strijdkrachten nog een steunpilaar zijn van "la Belgique une et indivisible".

Maar op elke actie volgt een reactie: steeds meer Vlaamse militairen keren zich naar het Vlaams Belang.

De paracommando's hebben bij het Vlaams Belang altijd trouwe verdedigers gevonden. Dat bleek duidelijk tijdens de Rwanda-commissie, toen politici de schuld voor hun eigen blunders op enkele officieren van de Brigade Paracommando probeerden af te wentelen. Senator Jurgen Ceder was toen één van de weinige commissieleden die de militairen tegen die politieke kuiperijen verdedigde. Buiten de Rwanda-commissie vonden de militairen in het algemeen en de paracommando's in het bijzonder jarenlang een trouwe bondgenoot in de persoon van het vroegere kamerlid John Spinnewyn, die in zijn jonge jaren zelf paracommando was.

Ook zijn collega Luc Sevenhans, die nu samen met Staf Neel in de Commissie Landsverdediging zit, heeft in militaire kringen heel wat goodwill en vertrouwen verworven. Luc Sevenhans is een no-nonsens-politicus die zijn dossiers zorgvuldig voorbereidt en heel goed kent, en die de belangen van de strijdkrachten steeds met vuur verdedigt. Onlangs heeft hij nog de daad bij het woord gevoegd en zelf een wetsvoorstel ingediend om de militairen toe te laten zich kandidaat te stellen voor eender welk politiek mandaat. Door zijn inzet voor het leger heeft hij zeer goede relaties in militaire kringen kunnen ontwikkelen, die hem dikwijls toelaten, via het informele circuit, meer te weten dan via de officiële rapporten.

Zelfs Vlaamse officieren die vroeger zich eerder belgicistisch opstelden, stellen nu steeds vaker vast dat zij in parlementairen als Luc Sevenhans en Jurgen Ceder trouwe bondgenoten hebben, die bovendien hun dossiers dikwijls beter kennen dan minister Flahaut zelf. Deze Vlaamse officieren hebben al generaties lang de dominantie van de Franstaligen moeten slikken en hebben knarsetandend moeten toekijken hoe hun Franstalige collega's systematisch sneller bevorderd werden. Pas nu begint die onvrede zich echt politiek te vertalen : bij minstens één militaire plechtigheid kreeg Luc Sevenhans als lid van de Commissie Landsverdediging een ereplaats vlak naast minister Flahaut zelf. Van het cordon sanitaire trokken de militaire autoriteiten zich gewoon niets aan... Het is nog geen grote doorbraak, maar het is wel een teken aan de wand.

Peperdure bezuinigingen

Als minister van Defensie zou Flahaut zijn Departement met hand en tand moeten verdedigen tegen nieuwe inkrimpingen van het budget. Maar als PS-er en als lid van de regeringen Verhofstadt I en II moet hij slaafs meewerken aan de geprogrammeerde afbouw van de strijdkrachten.

En als er toch nieuwe uitgaven of investeringen worden gedaan, dan is dat onveranderlijk in het belang van de Waalse werkgelegenheid. Zelden in het belang van de strijdkrachten an sich. Men investeert niet in de projecten die het hardst nodig zijn ; men investeert in projecten die het meest opbrengen voor Wallonië, zelfs als die militair gezien nutteloos of toch minstens niet prioritair zijn. Denk maar aan de totaal nutteloze modernisatie van de 155mm-houwitsers van de Artillerie. Kostprijs : 43 miljoen euro. Nut voor het leger :  nihil, de gemoderniseerde stukken werden onmiddellijk - maar tevergeefs - te koop aangeboden. Nut voor de Waalse industrie : enorm, zonder dit contract ging de firma EMI (Aubange) onmiddellijk failliet.

Vrijwel alle Europese landen, en zeker de kleinere, zouden hun defensiebudgetten efficiënter kunnen gebruiken als zij afspraken maakten over taakverdeling, samenwerking en specialisatie. Niet ieder leger moet àlles hebben. Tussen de Belgische en de Nederlandse marine zou bijvoorbeeld een logische taakverdeling kunnen zijn dat de Nederlanders zich toeleggen op onderzeebootbestrijding, terwijl wij ons specialiseren in mijnenvegen en mijnenjagen. Beide marines zouden zich zo kunnen toeleggen op die opdrachten waarin zij het meeste ervaring hebben.

Maar de Belgische bezuinigingen druisen volledig tegen deze logica in. In 2000 besliste de regering-Verhofstadt I namelijk tot het schrappen van twee projecten voor de marine: de ontwikkeling van een nieuw mijnenveegsysteem en de bouw van kustmijnenvegers. Ook die operatie had een anti-Vlaamse dimensie: het contract bij het Antwerpse Scheepvaart- en Konstruktiebedrijf (SKB) was in 1994 nochtans toegezegd als Vlaamse compensatie voor de modernisering van de F16's, die vooral ten gunste was van bedrijven in Wallonië en Brussel. Onder het mom van pacifisme en bezuinigingen probeert de Belgische regering dus de Vlamingen een loer te draaien door hun reeds toegezegde compensaties te schrappen. Geen wonder dat het Vlaams Belang woedend was. Vooral Luc Sevenhans heeft hard aan de kar getrokken om het SKB-contract te redden. Tevergeefs echter. Tegen alle logica in bezuinigt men juist op die taken waarin wij de grootste expertise hebben. Dat deze expertise in Vlaamse handen zat, zal vermoedelijk een rol hebben gespeeld.

Het klinkt ongelooflijk, maar in België gebeurt het echt. Zelfs bezuinigingen kosten handenvol geld. De Morgen, die toch niet als de spreekbuis van de defensielobby beschouwd kan worden, schreef hierover op 22 november 2002: "Hoe een besparing peperduur kan uitvallen."  Toen het contract voor de mijnenvegers geschrapt werd, waren drie van de vier fazen van het programma al uitgevoerd: de ontwikkeling van een prototype mijnenveegsysteem, de aankoop van meetapparatuur en de bouw van een proefplatform op een bestaand schip om deze nieuwe systemen te testen. Alleen de mijnenvegers zelf moesten nog gebouwd worden. Op papier leek dat dus een indrukwekkende bezuiniging, maar, zoals heel het paarse project, was dat slechts schone schijn. Er was reeds voor 28 miljoen euro geïnvesteerd ; bijna allemaal weggegooid geld. Het contract voor de schepen zelf was ook al ondertekend, en de Belgische staat moet dus een flinke schadevergoeding betalen aan SKB. Momenteel wordt een bedrag van 37 miljoen euro genoemd. Verhofstadt vestigt een nieuw record: zelfs als hij bezuinigt, smijt hij nog fortuinen over de balk. Het Rekenhof stelde kort en kurkdroog vast dat "uit de aan het Rekenhof voorgelegde documenten niet blijkt dat aan de beslissing tot stopzetting van het project een kosten-batenanalyse is voorafgegaan." Een commentaar dat in al zijn beknoptheid vernietigend is.

Vliegtuigen en compensaties

Ook de Vlaamse luchtvaart- en defensie-industrie zoekt politieke steun om een stuk van het marktaandeel te veroveren dat traditioneel het privé-domein was van Waalse bedrijven. Onder meer dank zij zijn contacten met de Vlaamse luchtvaartindustrie FLAG kon Luc Sevenhans met zeer sterke en technisch goed onderbouwde argumenten pleiten voor een deelname aan het project van de Joint Strike Fighter, die in de toekomst de F16's moet vervangen. In zekere zin speelt Luc Sevenhans voor het Vlaams Belang dezelfde rol als Herman Candries destijds voor de Volksunie. Als alles normaal was verlopen had Vlaanderen in het JSF-programma voor het eerst een behoorlijk aandeel in de bestellingen en opdrachten kunnen krijgen. Met de deelname aan het JSF-project voor de ontwikkeling van een nieuw gevechtsvliegtuig zou voor het eerst in de Belgische geschiedenis de Vlaamse luchtvaartindustrie de grootste winnaar zijn geweest. Eerder dan een kwestie van pacifisme en goedkoop anti-Amerikanisme, heeft dit ongetwijfeld meegespeeld in de regeringsbeslissing om niet deel te nemen aan het JSF-project : het  was zuiver een pesterij tegen de Vlamingen. 

Bij de vervanging van de oude C130's door de Airbus A400 zat er ook een communautair addertje onder het gras. Het Belgisch leger heeft de aanschaf gepland van zeven cargovliegtuigen A400M, voor een totaalbedrag van 1,3 miljard euro. Als economische compensaties mag België voor hetzelfde bedrag onderdelen leveren. Maar wat blijkt nu ? Niet minder dan 95% van de contracten zijn al toegewezen en het leeuwenaandeel ervan gaat naar Wallonië. De Vlaamse industrie moet zich tevreden stellen met een mager  28% van dit werkvolume. Straffer nog : onlangs hebben twee Vlaamse firma's hun belangstelling geuit voor de toekenning van (een deel) van de overige 5%. Ze kregen geen gehoor bij premier Verhofstadt (VLD) en de ministers Verwilghen (VLD) en Van den Bossche (SPa), noch - maar dat zal ons minder verbazen - bij Flahaut (PS) en de Waalse minister van Economie (PS). En dan komt het (De Tijd - 25 januari 2006) : "“Er wordt met een beschuldigende vinger gewezen naar de federale minister van Defensie André Flahaut (PS). Hij moet dossiers van geïnteresseerde bedrijven officieel aan Airbus bezorgen en zou dat met enkele Vlaamse dossiers niet hebben gedaan.” Oeps, vergeten….

Minister Flahaut kreeg dan ook de volle laag van Luc Sevenhans :"De A400 is het mooiste voorbeeld van hoe u de Vlaamse industrie in de zak hebt gezet. In zo'n groot dossier heeft Vlaanderen bijna niets gekregen. (...) U bent tegen het principe van de compensaties, behalve als het gunstig is voor Wallonië. De A400 is terzake het beste voorbeeld dat u kunt aanhalen."

"Wie de vrede wil..."

Binnen de Vlaamse beweging zijn er nog altijd te veel mensen die in het naïeve pacifisme van de jaren '20 blijven geloven, en die vinden dat iedere frank voor het leger er één te veel is. Dat is nooit ons standpunt geweest.

Wij hebben altijd scherpe kritiek gehad op de communautaire wantoestanden bij de strijdkrachten, op het onrechtvaardige en anti-Vlaamse beleid inzake benoemingen, bevorderingen, compensaties en sluitingen van kazernes. Maar anderzijds hebben wij de militairen altijd verdedigd als zij het slachtoffer werden van kortzichtige en destructieve bezuinigingen, waarbij operationaliteit en veiligheid op lange termijn werd opgeofferd om besparingen op korte termijn te verwezenlijken. Bij de militairen, van de soldaten tot en met de hogere officieren, is daardoor veel sympathie voor het Vlaams Belang gegroeid.

Zoals alle met rede begaafde mensen zijn wij voor de vrede. Wij zijn geen militaristen. Maar wij zijn ook niet naïef. Wij geloven niet in utopieën. De wereld is geen vredig dorp. Het is een jungle waarin helaas alleen het recht van de sterkste geldt. Zonder goed gemotiveerde en modern bewapende strijdkrachten kan geen enkel land zijn vrijheid, zijn welvaart of zijn onafhankelijkheid behouden. Een Hongaars spreekwoord drukt dat heel juist en heel bondig uit: "Ieder land moet een leger onderhouden. Het zijne of dat van een ander.".   Een Perzisch spreekwoord zegt eveneens : "Heb vertrouwen in God, maar leg je kameel toch vast."  Dit zijn slechts varianten van het oude Romeinse spreekwoord: "Si vis pacem, para bellum". (Wie de vrede wil, moet de oorlog voorbereiden)"